Taalstoornissen

Taalontwikkelingsstoornis (TOS)

 

 

Bij een groot deel van de kinderen met spraak- en taalontwikkelingsproblemen blijkt het om een hardnekkig probleem te gaan en is er na een jaar behandelingen slechts een beperkte vooruitgang merkbaar.

 

Deze kinderen hebben niet alleen een vertraagde spraak-

en/of taalontwikkeling maar een spraak- en taalontwikkelings-stoornis.

 

 

Taalontwikkelingsstoornissen kunnen we opdelen in twee groepen:

 

  • kinderen met ontwikkelingsdysfasie: kinderen met complexe en hardnekkige spraak- en taalproblemen, zelfs na intensieve begeleiding, zonder dat er direct aanwijsbare redenen voor zijn.

 

  • kinderafasie: deze kinderen hebben aanvankelijk een normale taalontwikkeling, maar ten gevolge van een hersenletsel raken de taalgebieden in de hersenen beschadigd waardoor er een grote terugval in de taalontwikkeling ontstaat.

 

Vertraagde spraak- en taalontwikkeling (VSTO)

 

Men spreekt van een vertraagde spraak- en taalontwikkeling wanneer een jong kind in zijn spraak en taal duidelijk achterblijft ten opzichte van leeftijdsgenootjes.

De spraak en taal van het kind zijn vergelijkbaar met die van een jonger kind.

 

Signalen:

  • maar weinig woordjes kennen
  • het moeilijk hebben om op een woord te komen
  • veel fouten maken bij het bouwen van zinnen
  • niet zo goed verstaanbaar zijn
  • niet goed begrijpen wat iemand bedoelt

 

 

Een vertraagde spraak- en taalontwikkeling kan samenhangen met bijvoorbeeld slechthorendheid of een globale ontwikkelingsachterstand.

Het komt echter ook voor dat een kindje slecht spreekt zonder dat er een duidelijke oorzaak gevonden wordt.

 

Ongeveer de helft van alle tweejarige kinderen die achterlopen in de taalontwikkeling, heeft therapie nodig.