KINDEREN


Bij afwijkend mondgedrag zijn de spieren in het oro-faciale gebied niet in evenwicht, wat kan leiden tot afwijkende kaak- en/of gebitsstanden.



Voorbeelden van afwijkend mondgedrag:


- duim- en vingerzuigen + ander zuiggedrag, zoals zuigen op   

  spenen ("tutteren")

- open mondgedrag

- habitueel mondademen

- afwijkend slikken

- afwijkende tongligging in rust

- foutieve lipgewoonten, zoals liplikken en lipzuigen

- nagelbijten



Oromyofunctionele therapie is erop gericht alle mondspieren weer in evenwicht te brengen door gerichte oefeningen te doen en foutieve mondgewoonten af te leren.

De therapie pakt daarmee de oorzaak aan van één of meerdere problemen en richt zich niet alleen op de gevolgen van het verkeerde evenwicht.



Onderzoek op gebied van logopedie en tandheelkunde heeft al uitgewezen dat oromyofunctionele therapie heel zinvol kan zijn.

Doordat het mondgedrag verandert, herstelt de spierbalans in het mondgebied en dit heeft een gunstig effect op de ontwikkeling van het gebit, de kaken en op de articulatie.



Op het filmpje kan je zien wat er gebeurt bij een foutieve slik.